Mission-ambassadeurs bezoeken Buvuma Eiland in Oeganda

Na een avontuurlijke tocht van een half uur staat er een man langs de weg, duidelijk op z’n zondags gekleed. Dat moet ‘m zijn. Op zijn aanwijzingen belanden we twintig minuten later in een armoedig vissersdorpje. Tussen een paar hutten zijn doeken gespannen. Er staat een rij plastic stoeltjes onder, recht tegenover een vrij onordelijke boel banken, rieten matten en alles wat maar als zitplaats kan dienen. We worden omringd door tientallen enthousiaste mannen en vrouwen en hartelijk begroet. De kleurrijk geklede vrouwen begeleiden ons dansend en met hoge, rollende gilgeluiden naar onze stoeltjes.

Buvuma Eiland

Namens Utrecht Mission | Verre Naasten reisde afgelopen voorjaar een groep mission-ambassadeurs naar Oeganda. Ze bezochten er de broers en zussen van de Presbyterian Church in Uganda (PCU). Het werd een boeiende en indrukwekkende ervaring. Zo bezocht de groep Buvuma Eiland, gelegen in het Victoriameer, ten oosten van Kampala. Douwe van den Geest, die de reis namens Utrecht Mission begeleidde, schrijft daarover in het nieuwste Gereformeerde Kerkblad.

Kotje van ruwhouten planken

Tijdens de ontvangst met gebed, zang en toe spraken is het achter ons een drukte van belang. Op houtskoolkomfoortjes buiten wordt vis gebakken. En in de hut waar we met de rug tegenaan zitten wordt gekookt. We zitten nog een beetje verdwaasd te kijken als David en Matthias ons gebaren om te volgen. We steken schuin het straatje over en worden genodigd om plaats te nemen in een kotje van ruwhouten planken. In het midden geïmproviseerde tafels en er omheen zeven stoelen, voor ons vijven en voor David en Matthias. Het is inmiddels bloedheet en het zweet gutst van ons af. Gelukkig zitten we uit de zon.

Verslaving, wanhoop en ziekte

Op de tafel staat een enorme hoeveelheid voedsel, witbrood, chapati, omeletten, rietsuiker, bakbanaan, pinda’s, eieren en grote kannen met melkthee. Met name voor de eitjes wordt reclame gemaakt. “Die vind je in Kampala niet meer, echte scharreleieren.” Onze gastheer maant ons tot eten. “Eten jullie echt zo weinig?” Beetje bij beetje krijgen we het verhaal te horen van Matthias en David. Het dorpje is armoedig, het wordt voor de vissers steeds moeilijker om hun brood te verdienen. Er is veel armoede, veel sociale ellende. Verslaving, wanhoop en ziekte scheuren families uiteen. Onderwijs is er nauwelijks. Veel mensen leiden een uitzichtloos bestaan. Nu moet ook de kerk worden gesloten, het gebouwtje staat op een stuk land van een moslim, nu er in de buurt een moskee wordt gebouwd moeten de christenen eruit.

Volg mij

Matthias is boer en hij heeft land geschonken, tien minuten lopen verderop. Maar nu eerst de preek. “Broeder Douwe, wil jij met ons Gods Woord delen?” In de auto onderweg had ik al stilletjes gebeden: “Heer geef me de juiste woorden om te spreken”. En toen we over het eiland reden werd al snel duidelijk dat het over de roeping van de discipelen moest gaan. Mattheüs 4:18-23 – ‘stop met je oude leven, laat alles achter en volg mij. Ik zal jullie vissers van mensen maken’. Wat betekent dat, Jezus volgen? Hoe doe je dat en hoe anders gaat dan je leven er uit zien? Als de tolk naast mij de laatste zin heeft uit gesproken klinkt er achter mij een lui de oproep in de lokale taal. “Wie van jullie kan na deze woorden blijven zitten? Wie van jullie geeft hier en nu zijn hart aan Jezus?”

Het hele verhaal lezen? Klik hier voor het volledige artikel dat Douwe van den Geest schreef voor het Gereformeerde Kerkblad.