‘Je bent mensen aan het bekeren’

“Die vrijdag bezocht ik samen met een evangelist van onze kerk een man en een vrouw in één van de Rohingya-vluchtelingenkampen. Ik vertelde ze het verhaal van Jezus die 5.000 mensen te eten gaf. Toen ik uitverteld was, gaf ik de man en de vrouw allebei een Bijbel. Plotseling stormde een groepje mannen agressief het hutje binnen waar we zaten. Eén van hen trok mij bij mijn shirt omhoog en schreeuwde wat ik aan het doen was. Onderwijl doorzocht één van de anderen mijn zakken. Hij pakte mijn telefoon en portemonnee af.

Wonderbaarlijke dingen

Ik probeerde hen te kalmeren en vroeg wat ze van mij wilden. Ze zeiden dat ze hadden gehoord dat ik mensen aan het bekeren was tot het christendom. Ik antwoordde: ‘Vraag deze mensen alsjeblieft of ik hen gevraagd heb om christen te worden.’ Ze vroegen het, maar de man en de vrouw zeiden dat ik niet had geprobeerd hen te bekeren. ‘Hij vertelt alleen verhalen en we vinden het fijn om daarnaar te luisteren’, gaven ze aan. Eén van de mannen griste mijn Bijbel uit mijn handen en zag dat het verhaal over Isa (Jezus) ging, die wonderbaarlijke dingen deed.

Hopeloos

Bij één van de mannen was er herkenning, hij kende de verhalen van Isa uit de Koran. Ik gebruikte dat om de groep rustig te krijgen. Ik zei: ‘We zijn juist hier in dit vluchtelingenkamp om jullie te bemoedigen met de verhalen waarover je ook in de Koran kunt lezen. Jullie leven hier is hopeloos en juist omdat wij dat zien, zijn we hier!’ De mannen bedaarden iets en zeiden tegen elkaar: ‘Laten we gaan, hij doet niets verkeerd’. Ik vroeg beleefd mijn telefoon en portemonnee terug. De kerel die ze vast had, gooide ze naar mij toe en daarna verliet de groep het hutje. Mijn telefoon bleek kapot.

Moeilijke tijden

Toen ik het kamp weer uit was, overwoog ik om voorlopig even niet terug te gaan. Toch voelde ik die avond dat ik juist wél terug moest gaan. Alle nieuwe gelovigen hadden onze bemoediging immers nodig? Dus ging ik de volgende dag weer naar het kamp en vertelde opnieuw Bijbelverhalen. Ook sprak ik met een paar evangelisten die er werkten. We deelden verhalen over de tegenwerking die we allemaal voelen. Ook baden we samen, niet alleen voor de nieuwe gelovigen, maar voor alle mensen in de kampen. We willen ze zo graag bereiken met het evangelie! Tot slot dankten we God voor zijn bescherming in moeilijke tijden en voor de woorden die Hij ons in de mond legt wanneer wij het even niet meer weten.”

Samad, dominee in Bangladesh

(Uit veiligheidsoverwegingen gebruiken we een gefingeerde naam.)

 

De Rohingya zijn een onderdrukte moslim-minderheid uit Myanmar (Birma). Honderdduizenden Rohingya vluchtten de afgelopen decennia naar onder meer Bangladesh, waar ze in massale vluchtelingenkampen leven. Verschillende kerken uit Bangladesh evangeliseren in deze kampen. Niet zonder slag of stoot, want fundamentalistische moslim-Rohingya werken de evangelisten tegen. Ook zijn ze buitensporig gewelddadig naar Rohingya-bekeerlingen. Martelingen zijn geen uitzondering. Soms loopt het nóg erger af. Bid je mee voor geloof en standvastigheid bij de evangelisten én de Rohingya-bekeerlingen?

Brandstof: bid mee voor verre naasten

Ons gebed is één van de meest waardevolle dingen die we voor onze broers en zussen wereldwijd kunnen doen. Maar hoe bid je voor mensen die je niet kent, voor situaties waar je geen weet van hebt? Om daarbij te helpen, verstuurt Verre Naasten 4x per jaar de e-mailnieuwsbrief ‘Brandstof’. Deze nieuwsbrief omvat een inspirerend, indrukwekkend (levens)verhaal van een medechristen, ver weg of dichterbij. Ook reiken we een paar korte, praktische gebedspunten aan, aansluitend op de actualiteit. Dit maakt het makkelijker om te bidden voor geloofsgenoten wereldwijd. Het verhaal hiernaast, van dominee Samad, staat in de Brandstof die wij in februari verstuurd hebben. Brandstof ook ontvangen?