Dank mee met dappere getuigen in West-Afrika

Als je via Google naar afbeeldingen zoekt van ‘Burkina Faso’, staart ellende je aan… Geweld, burgerdoden, honger, aanslagen, jihadisten. Je moet een flink eind naar beneden scrollen voor wat hoopvollere foto’s. Voor ‘Mali’ dezelfde beelden: volop soldaten, met een geweer in de aanslag. Tot overmaat van ramp komt daar ook nog het coronavirus bij. Toch zijn er lichtpuntjes: dappere getuigen die in West-Afrika Jezus’ liefde delen, juist op plekken waar het moeilijk is.

Danken?
Mission-organisatie Verre Naasten roept kerken en christenen op komende Dankdag (woensdag 4 november) mee te danken met deze dappere getuigen, zoals predikant Marc uit Burkina Faso, hulpverlener Harouna uit Mali en vluchtelingenwerker Nafkot uit Marokko. Maar in deze omstandigheden danken? Is het niet logischer om vooral mee te bidden? In dat kader wijst dominee Marc Nabie uit Burkina Faso op psalmdichter David. Marc: “In Psalm 13 hoor je David worstelen. ‘Hoe lang nog, HEER, verbergt u voor mij uw gelaat?’, roept hij uit. En toch weet David deze psalm vol vertrouwen af te sluiten: ‘Ik vertrouw op uw liefde: hij heeft mij geholpen.’ Die liefde van God is de sleutel. In Jezus’ lijden én opstaan zien we dat God ons niet vergeet. Dus we kunnen God danken, omdat Hij ons liefheeft. Onze enige troost – in leven en in sterven – is dat we het eigendom zijn van onze trouwe Heiland.”

Burkina Faso
Marc vervolgt: “Dat betekent niet dat alles gemakkelijk is. Zo is hier in Burkina Faso bijna het halve land bezet door terroristische groeperingen. Twee miljoen mensen zijn op de vlucht. Ze hebben hun huis, hun akker, hun dorp achtergelaten om hun leven te redden. Dus voor hen geen gewas en geen arbeid. Alleen al het afgelopen jaar zijn meer dan 40 christenen in ons land in koelen bloede vermoord, terwijl ze met elkaar aan het bidden waren.”

Liefde is de sleutel
Dominee Marc Nabie (46) is getrouwd met Jocelyne, en samen hebben ze drie kinderen: Jonathan (24), Pascal (19) en Angela (16). Hij is predikant in de Église de la Nouvelle Alliance (ENA) in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Deze kerk is een nieuwe samenwerkingspartner van West-Afrika Mission | Verre Naasten, de samenwerkende GKv-kerken in Noord- en Zuid-Holland. Alhoewel Marc afkomstig is uit een gezin dat de Afrikaanse traditionele religie aanhing, kwam hij als jongen tot geloof. Hij heeft een groot hart voor mission, hij ondersteunt kerkplantingsprojecten, traint christelijke leiders en evangeliseert via de radio. “Liefde is de sleutel,” zo stelt hij. “Voel vreugde, omdat God jou ziet en liefheeft. Natuurlijk, leven tussen moslims vraagt tact en ook offers. Maar juist naastenliefde laat Jezus’ licht schijnen: voor mijn gezin, voor mijn medechristenen en ook voor mijn moslimburen.”

Voedselpakketten
“Zo konden we onlangs – met financiële steun uit Nederland – voedselpakketten uitdelen in de buurt. Dat was echt een bemoedigende ervaring. Want samen met die voedselhulp konden we ook Jezus’ liefde uitdelen. Hele moslimfamilies kwamen nadien bij ons aan de deur om ons te bedanken. Dat was echt een zegen voor ons. Eén moslimvrouw vertelde me dat ze nog nooit zo’n groot geschenk had gekregen. ‘Dominee,’ zo zei ze, ‘ik kom binnenkort langs en ik wil graag dat u voor me bidt.’ Prachtig toch, wat Jezus’ liefde teweegbrengt!”

Vluchtelingen
“In Marokko vormen we, als christenen, een kleine minderheid,” vertelt Nafkot Mamuye (31), vluchtelingenwerker namens de Eglise Evangélique au Maroc (EEAM), in de Marokkaanse hoofdstad Rabat. “Zo’n vier jaar terug startten we vanuit onze internationale kerk een kerkplantingsproject bij een vluchtelingenkamp, aan de rand van de stad. Daar wonen Afrikaanse vluchtelingen die daar – onderweg naar Europa – gestrand zijn. We zijn gestart vanuit een garage. Dat was niet eenvoudig. Kerk-zijn en het evangelie verspreiden is in Marokko sowieso ingewikkeld. En toch is het een bemoedigende gedachte dat als wij in Rabat ’s zondag samenkomen, er tegelijk op allerlei andere plekken in het land ook kleine huisgemeenten samenkomen. We weten van geheime bijeenkomsten van christenen, maar we kunnen geen contact leggen. Te gevaarlijk. In Marokko ben je als buitenlander vrij om christen te zijn. Ook mogen wij het evangelie delen onder andere buitenlanders, bijvoorbeeld vluchtelingen. Maar niét onder Marokkanen zelf.”

Voorrecht
“Mijn ouders snappen er niets van dat ik hier in Marokko ben én blijf. Ik heb een HR-diploma, spreek vloeiend Engels en Frans en in Ethiopië, waar ik ben geboren en opgroeide, kan ik met gemak een goede baan krijgen. Maar God riep mij om hier te blijven. En van dit werk onder vluchtelingen gaat mijn hart sneller kloppen! Ik voel me gezegend om in dit prachtige land getuige te mogen zijn van Christus’ liefde. Het is niet alleen een flinke verantwoordelijkheid, maar tegelijk een voorrecht. Want door ons doen-en-laten kunnen we Gods Woord bekendmaken aan mensen die anders nooit de kans kregen dat Woord te lezen. Daarvoor moeten we ons continu laten vullen met de Heilige Geest, zodat ongelovigen Christus door ons heen kunnen zien. Willen jullie mee danken voor Gods liefde en vrede, die vreugde biedt voor iedereen?”

Taboe
“Die liefde en vrede van God is ook de basis onder het trainingsmateriaal dat we in Mali gebruiken om te werken aan meer respect voor vrouwen en meisjes,” vult Harouna Issaka aan, hij is hulpverlener voor de christelijke ontwikkelingsorganisatie World Renew in Mali. Ook in het straatarme Mali – het land staat in de top-30 van armste landen ter wereld – zijn christenen flink in de minderheid. Zo’n 80-90% van de bevolking is moslim, slechts 2-5% christen en het overige deel van de Malinezen hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Uit onderzoek van World Renew blijkt dat maar liefst 39% van de jonge, christelijke vrouwen in Mali te maken heeft (gehad) met seksuele intimidatie. Ongeveer een derde van hen is verkracht of maakte een poging tot verkrachting mee, een derde was slachtoffer van incest en zo’n 20% heeft wel eens seks gehad in ruil voor geld. Rondom deze serieuze problemen hangt een groot taboe; er wordt liever over gezwegen om de goede naam van de familie en de kerk te beschermen.

Respect
“Met onze trainingen ‘Cry of the heart’ willen we huiselijk geweld helpen verminderen in Mali. Een van de oorzaken van huiselijk en seksueel geweld in gezinnen is het ontbreken van respect voor vrouwen en meisjes. We hebben gemerkt dat dit soort patronen vaak van generatie op generatie worden doorgegeven. Juist daarom is het zo waardevol om binnen families te onderwijzen wat een christelijke levensvisie ook in de praktijk betekent. Tegelijk helpt het allerlei onderwerpen bespreekbaar te maken,” vertelt hulpverlener Harouna. De trainingen zijn een initiatief van l’Association Malienne des Femmes Protestantes (AMAFEP), de vrouwenbeweging van de protestantse kerken van Mali. Zij werken daarin samen met de internationale hulpverleningsorganisatie World Renew, en sinds 2020 ook met West-Afrika Mission | Verre Naasten.

“Het is prachtig om Malinese vrouwen trots en zelfbewust te zien opbloeien. We investeren niet alleen in praktische trainingen om huiselijk geweld te voorkomen, maar helpen tegelijk vrouwengroepen om eigen inkomsten te verdienen. Vrouwen vertellen me dat ze nu over eigen geld, en zelfs eigen dieren beschikken. Ze hoeven niet meer voortdurend hun man om geld te vragen. In plaats daarvan betalen ze gezinsuitgaven voor bijvoorbeeld voedsel, zeep, kleren, schoolgeld en medicijnen. Ondanks de moeilijkheden rond covid-19 zie ik trotse vrouwen, die samen de schouders eronder zetten. Ik hoop en bid dat mensen door mijn dienende houding iets van Jezus’ liefde mogen ontdekken.”

Op woensdag 4 november vieren we weer Dankdag, voor gewas en arbeid. Verre Naasten vraagt dit jaar om mee te danken voor dappere getuigen in islamitisch Afrika, zoals Marc, Nafkot en Harouna. Ondanks eenzame en soms gevaarlijke omstandigheden laten ze Jezus’ liefde zien, aan dorpsgenoten, aan vluchtelingen, aan onderdrukte vrouwen. Dank mee. En geef, uit dankbaarheid!

Kijk op www.verrenaasten.nl/dankfilmpjes voor korte dankfilmpjes van Marc uit Burkina Faso, Nafkot uit Marokko en Harouna uit Mali.

Dit artikel verscheen in het Gereformeerd Kerkblad en de Gereformeerde Kerkbode