U bent hier: >> De armoedecirkel

De armoedecirkel

“Zoek maar op…” Hulpeloos staat François met het Bijbels woordenboek in de hand. Hij begint te bladeren, maar weet niet goed hoe hij het artikel over ‘brieven’ moet vinden. Zijn buurman helpt hem uit de brand: Bovenaan de pagina staan de sleutelwoorden. Die staan weer op alfabetische volgorde. Zo kun je een artikel vinden. En even later leest François voor hoe in de tijd van het Nieuwe Testament brieven werden geschreven.

François is 60 jaar en predikant van de kerk in zijn dorp. Ook door de moslims daar wordt hij gerespecteerd als een wijs man. Hij kon goed leren en heeft ooit als een van de weinigen zijn middelbare school diploma gehaald. En nu is hij weer terug in het klaslokaal. Een oude wens wordt werkelijkheid: François gaat theologie studeren. Maar een woord opzoeken in een woordenboek, dat heeft hij nooit geleerd. En hij is niet de enige.

Shalom

Ik kom François tegen als ik samen met mijn collega Jaap Dekker gastlessen verzorg aan de Evangelisch Theologische Faculteit ‘Shalom’ in N’djamena, de hoofdstad van Tsjaad. Voor Jaap en mij is het elke keer een grote vreugde zulke lessen te mogen doen. Ontzettend bemoedigend om te zien hoe mannen en vrouwen zich volledig willen inzetten voor het Evangelie. Studenten motiveren tijdens de les is niet nodig. Een spannend gebied ook, want de Islam is hier overal aanwezig. En de grote verschillen in cultuur tussen ons en de studenten zijn enorm verrijkend, niet alleen voor hen, maar ook voor ons.

Maar één ding blijft lastig. De studenten beschikken lang niet allemaal over de vaardigheden die je van studenten mag verwachten. François weet de weg niet in een encyclopedie. Anderen kijken mistig als ik met een paar lijnen de kaart van Israël op het bord teken. Wat willen die strepen en rondjes eigenlijk zeggen? Sommigen hebben zelfs moeite met Frans, terwijl ze toch allemaal zeker tien jaar in het Frans les hebben gehad.

Krijtje

Deze mannen en vrouwen zijn niet dommer dan studenten elders in de wereld. Ze zijn arm. Dat wil zeggen dat ze oneindig veel minder kansen hebben gekregen in hun leven. Armoede is meer dan een aantal spullen niet hebben: minder te eten, minder kleren, een slechter huis. Armoede heeft een niet-materiële kant. En die is misschien nog wel schrijnender dan gebrek aan materiële welvaart.

In de westerse wereld krijgen kinderen vanaf de wieg de aandacht en zorg die ze nodig hebben. Niet alleen voeding, rust en verzorging, kinderen krijgen ook speelgoed dat bij hun ontwikkeling past en dat hun ontwikkeling stimuleert. Vanaf jonge leeftijd stromen ze in in een goed ontwikkeld schoolsysteem. Ook daarbuiten zijn er allerlei mogelijkheden om zich te ontwikkelen.  Persoonlijke ontwikkeling wordt kinderen in de westerse wereld letterlijk met de paplepel ingegoten.

Ook in een land als Tsjaad omringen ouders hun kinderen met alle liefde en zorg. Maar de mogelijkheden ontbreken om aandacht te geven aan de ontwikkeling van kinderen. Vaak moeten ze vanaf heel jonge leeftijd gewoon meehelpen in de harde strijd om het bestaan. Vooral op de schouders van meisjes worden al op heel jonge leeftijd zware lasten gelegd. Meisjes van 5, 6 jaar moeten thuis voor het huishouden zorgen terwijl moeder en vader aan het werk zijn.

Wanneer kinderen vervolgens naar school gaan, wordt de situatie er niet beter op. Voor goede scholen is maar weinig geld. Veel onderwijzers staan met niet meer dan een krijtje voor klassen van minstens 60 kinderen. Boeken zijn er niet, multimedia zijn van een andere wereld. Het meest triest is dat deze cirkel zich herhaalt: slecht opgeleide onderwijzers, zorgen voor slecht opgeleide onderwijzers.

Onrecht

Tijdens ons verblijf in Tsjaad ontmoeten we veel getalenteerde studenten. Studenten met een enorme motivatie om zichzelf te ontwikkelen en zich in te zetten in het koninkrijk van God. Het schrijnt dat ze daarvoor maar een fractie van de mogelijkheden hebben dan studenten elders in de wereld. Armoede is een veel ernstiger verschijnsel dan het hebben van weinig spullen. Armoede heeft te maken met structuren die mensen klein houden. Armoede is een vorm van onrecht.

Gelukkig is er ook hoop. De theologische school Shalom is er een duidelijk teken van. Vijf evangelische kerkverbandjes in Tsjaad werken samen om een predikantsopleiding in de lucht te houden. Studenten komen overal vandaan om zich te laten toerusten. Niet alleen jonge mannen en vrouwen die van school komen, ook oudere predikanten, zoals François.

De omstandigheden zijn enorm lastig. Vaak hebben de kerken te weinig geld om hen te onderhouden en laat de toelage op zich wachten. En toch gaan deze mensen door. Door zelf wat bij te verdienen, met hulp van familie of vrienden, en door zich veel te ontzeggen. Datzelfde geldt ook voor de school. Elke keer wanneer wij als gastdocenten ‘Shalom’ bezoeken, moet de rector, dr. Abel Ngarsoulede, zijn hart even luchten. Want hij weet weer niet hoe hij aan het einde van de maand zijn docenten kan betalen. Maar ‘Shalom’ bestaat inmiddels meer dan 30 jaar – zonder veel buitenlandse financiering. En zo doet de school haar naam eer aan: een teken van vrede. Studenten en docenten worden – ondanks alles – in hun kracht gezet, juist omdat Shalom wil werken vanuit de vrede die mensen zelf niet brengen, maar die door God zelf wordt bewerkt.

De stichting Evangelie Toerusting Afrika (EvTA) helpt Afrikaanse kerken bij het opleiden van voorgangers. Regelmatig stuurt EvTA Nederlandse gastdocenten naar Afrikaanse theologische instituten. Begin dit jaar doceerden dr. Jaap Dekker en ds. Jan-Matthijs van Leeuwen aan de Evangelische Theologische Faculteit ‘Shalom’ te N’djamena, Tsjaad. Jaap is bijzonder hoogleraar op de Henk de Jong-leerstoel in Apeldoorn. Jan-Matthijs van Leeuwen werkt voor de mission-organisatie Verre Naasten.