Opinie: Geen schaamte omdat ik wit ben

…Ook met twaalf jaar werkervaring in Suriname en Congo, bij VluchtelingenWerk en bij mission-organisatie Verre Naasten, beseft onze directeur Klaas Harink dat hij zwarte broers en zussen niet altijd recht doet, zo schreef hij vandaag in het Nederlands Dagblad (22 juni 2020).

Opgegroeid in Rouveen kreeg ik van mijn vader de les mee dat onze God een God is van alle mensen. Dat Hij overal aanwezig is en dat overal in de wereld geloofsgemeenschappen zijn waar christenen samenkomen om hun Vader te eren.
Heel veel indruk maakte op mij een toespraak van de vrouw van onze toenmalige predikant, een Papoease, die vanaf het balkon van de pastorie de schreeuwende jongeren die het op haar zoon gemunt hadden, toesprak dat God een Vader is voor witte en zwarte mensen, voor paarse en groene kinderen. Het werd doodstil! Ik groeide op in een dorp waar ‘vreemden’, zoals de Molukkers niet gemakkelijk konden integreren, maar discriminatie? Het wegzetten om de kleur? Nee, niet echt, dachten we…

Twaalf jaar

En toch. Ik erger me na twaalf jaar werkzaam te zijn geweest in Suriname en in Congo en door mijn ervaring bij VluchtelingenWerk en de mission-organisatie Verre Naasten aan de gemakkelijke aannames die witte Nederlanders maken.
Zo had minister Blok het twee jaar terug over Suriname als een failed state (een mislukte staat). Kom op man! Suriname heeft zich ontwikkeld tot een natie, zoals oud-minister Jan Pronk in zijn recent verschenen boek beschrijft, Suriname van wingewest naar natiestaat. De rechtbank zwichtte niet voor president Bouterse, en de verkiezingen zijn onlangs zonder noemenswaardige fraude of verstoringen verlopen. In 1975 was het nog een kolonie. Door vallen en opstaan wordt er een natie gevormd. Verdiep je in het land, minister Blok!

Hubert Bruls

Of laatst, toen ik op tv een gesprek zag Jörgen Raymann en Kathleen Ferrier over de laatstgehouden verkiezingen in Suriname. Ook de burgemeester van Nijmegen zat daarbij aan tafel. Hij zei op een gegeven moment dat hij één keer op vakantie was geweest in Suriname en dat hij zo genoten had van het mooie land. Hij zou daar zo een klus willen doen, ter versterking van het binnenlands bestuur. De beste man bedoelde het ongetwijfeld goed, maar de beide Surinaamse gasten hielden wijselijk hun mond. En ik dacht: je bent er één keer geweest, op vakantie! En jij denkt dat je de vaardigheden hebt om daar wat te brengen? Denk je echt dat ze daar op je zitten te wachten? Ten eerste zijn je onkosten al meer dan dat een gemiddelde Surinamer aan salaris krijgt. Verder zijn er voldoende capabele mensen in Suriname. En bovendien ken je het land niet na drie weken vakantie, je weet niet hoe de processen lopen, wat de valkuilen zijn.

Of onze goedbedoelde adviezen als we een keer in Afrika zijn. Je kunt op die manier het beste landbouw bedrijven, een fabriekje opzetten… soms met wat fondsen erbij. En in Nederland zeggen dat die Afrikanen ‘zo blij waren’, ‘zo vriendelijk’ en ‘zo dankbaar ook’. Brrrr… ik word er niet goed van.

Wat zinnigs

Zelfs in de jaren zeventig werd er door ontwikkelingswerkers en zendelingen al gezegd dat je je eerst maar eens een jaar moet verdiepen in je nieuwe land, voordat je mogelijk wat zinnigs kunt zeggen. Nu zijn we in 2020. De Afrikaan heeft een mobieltje, internet, een computer. Hij of zij is naar school geweest en in de steden zijn er veel afgestudeerden. Terwijl wij nog heel vaak het beeld hebben van Afrika zoals het in de jaren zeventig was.

Ja, ik ben wit. Geboren in Nederland. Ik snap onze economische structuren. Ik weet hoe marktwerking werkt. Ik ben een individu, houd van m’n privacy en tijd voor mezelf. Al die zaken mij zitten als een gegoten jas. Al die dingen passen bij westerlingen. Dat systeem heeft de wereld veroverd. Ook in die landen die vanouds een heel ander waardepatroon hadden. Zo goed en zo kwaad als het kan, dealt men ermee. Men moet wel!

Automatisch privilege

Ik ben wit en heb een Nederlands paspoort. Ik kan naar alle landen reizen. Geld en problemen met een visum zijn niet aan de orde. Ik word bij de douane ook niet automatisch uit de rij gehaald voor een extra controle. Wit-zijn geeft bijna automatisch een privilege. Mijn netwerken, geld, afkomst, vrij reizen hebben mij gevormd naar wie ik nu ben. Dat, gecombineerd met 400 jaar kolonialisme, beeldvorming van zwarte mensen en een economisch-westers systeem dat de wereld heeft overwonnen, maakt me tot wie ik ben: zelfverzekerd, beetje eigenwijs, goede bedoelingen.

En ja, dan weet ik dat ik bevoorrecht ben. Dan weet ik dat ik de ander (soms onbewust) niet altijd rechtdoe en dat huidskleur voor God er niet toe doet, maar helaas onder mensen wel.

Goedbedoeld

Moet ik me schamen voor mijn witte kleur? Nee, ook ik mag Gods kind zijn. Maar ook ik realiseer mij terdege dat ik anderen – met name zwarte broers en zussen van mij – niet altijd recht doe. Die ene vraag, dat goedbedoelde advies, het verkeerde beeld… het kan zo’n pijn doen bij die ander. Oh, wat spreek je goed Nederlands… en dat tegen een Marokkaan die in Rotterdam geboren is. Die extra alertheid als een gemengd koppel in de straat even staat te bekvechten. Het kwaad worden als ‘Zwarte Piet’ wordt afgepakt. Het ervan uitgaan dat die zwarte man de chauffeur is, in plaats van de echtgenoot. De aanname dat iemand niet eerlijk is, terwijl de ander je niet wil beschamen.

Zelfs ik, met al m’n internationale contacten en ervaringen, betrap me er regelmatig op dat ik ongemerkt vanuit m’n witte denkkader redeneer. En dat ik daarmee die ander tekort doe.
Dat besef doet me verlangen naar het moment dat alle volken, talen en stammen één eenheid vormen voor Gods troon. Dat we samen aan tafel mogen zitten, zonder taalbarrières, zonder vooringenomenheid, zonder pijn.

Uit: opiniepagina, Nederlands Dagblad, 22 juni 2020