Migranten in witte kerken als voorproefje van het koninkrijk

Hoe komt het dat traditionele protestantse kerken zo weinig contacten hebben met de christen-migranten? Natuurlijk zijn er wat uitzonderingen, maar toch: we weten elkaar niet te vinden. Er zijn vijf redenen om dat toch te proberen. Onze directeur Klaas Harink schreef een opinieartikel in het Nederlands Dagblad. Hieronder lees je de tekst van dat artikel.

Afgelopen pinksterzondag zette ik ’s ochtends de televisie aan en belandde in een pinksterviering vanuit de kathedraal Notre-Dame te Créteil in Frankrijk. De dienst stond in het teken van het pinksterfeest. Dat de Geest uitging naar alle mensen, werd prachtig gesymboliseerd. Heel veel verschillende nationaliteiten waren aanwezig, te vergelijken met Handelingen 2 – ‘die afkomstig waren uit ieder volk op aarde’. Zonder de aanwezigen die van oorsprong uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika kwamen, zou de dienst een armoedig vergrijsde aanblik hebben. Nu was er leven, vrolijkheid, blijdschap en een goedgevulde kerk.

Als Nederlandse christenen weten we ons verbonden met de kerk van alle plaatsen. Dat belijden we en spreken we uit. In Nederland heeft ongeveer 25 procent van de bevolking een migratieachtergrond (10,9 procent westers en 14,4 nietwesters, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek). Dat kent verschillende redenen.

Zo wonen deze mensen in Nederland omdat ze hier studeren aan Nederlandse universiteiten of werken bij ASML, Shell of Philips. Anderen zijn hier als tijdelijke seizoenarbeider, zoals de Poolse bouwvakker of de Roemeense aardbeienplukker. Weer anderen zijn asielzoeker of zijn vluchteling met een verblijfstatus. Of men wordt gerekend onder de groep ‘gastarbeiders’. Een heel diverse groep dus. Soms als eerste generatie in Nederland, soms van latere generaties. Onder deze migranten zijn veel christenen. Men gaat uit van zo’n ruim 1 miljoen niet-westerse christenen. Een kleurrijk geheel. Een afspiegeling van de kerk van alle plaatsen die we in ons land tegenkomen.

De grote vraag voor mij is hoe het komt dat traditionele protestantse kerken zo weinig contacten hebben met de christen-migranten. Hoe komt het dat wij onze broers en zussen uit die wereldwijde kerk niet spreken? Hoe komt het dat we zulke witte kerken zijn? Natuurlijk zijn er wat uitzonderingen, maar toch: we weten elkaar niet te vinden.

Ik zie dat als een zwak punt van onze kerken, maar tegelijk als een mooie uitdaging. Daarvoor heb ik verschillende redenen:

1. We zullen elkaar – menselijkerwijs gesproken – nodig hebben. De vergrijzing en toenemende secularisatie speelt ons nu al parten. Ledentallen nemen af. Als we in de toekomst nog wat ‘leven’ in de kerk willen, hebben we – net als die katholieke kerk in Créteil – de migrant nodig.

2. We kunnen van elkaar leren. De onbevangenheid waarop de niet-westerse christen spreekt en zingt over zijn of haar Verlosser, helpt ons schroom te overwinnen.

3. We worden er sterker van. Het is mijn ervaring dat diversiteit organisaties sterker, creatiever maakt. Dus ook kerken. Al kan het ook best weleens schuren.

4. We kunnen van betekenis zijn voor nieuwe generaties. Want de tweede generatie niet-westerse christenen, die ook op school heeft gezeten in Nederland, wil vaak niet meer naar een migrantenkerk. Men is al zo verwesterd dat men of afhaakt in het geloof, of naar een Nederlandse kerk wil. Wij kunnen dus iets betekenen voor hen.

5. We ontdekken voorproefjes van het Koninkrijk. Want een kerkelijke gemeente als afspiegeling van de kerk van alle plaatsen kan een goede oefenplaats zijn voor de hernieuwde wereld waarheen we op weg zijn. Het laat tegelijk zien hoe groot, breed en diep Gods verlossende werk is.

Nu is het geen eenvoudige opdracht voor een plaatselijke gemeente om meer divers te worden. Bewustwording is een belangrijke, eerste stap. Dat betekent openstaan voor de ander, waarbij het goed is aan te sluiten bij initiatieven die er al zijn. Bijvoorbeeld missionaire projecten die gericht zijn op migranten en het werk onder internationale studenten.

Of denk aan bijvoorbeeld een Arabischtalige pioniersplek in Krimpen aan den IJssel die afgelopen Pinksteren startte of de Arabische gemeente Daar al Amal in Zeist. En zo zijn er meer plekken. Ik hoop dat witte Nederlandse christenen meer oog krijgen voor Gods werk onder de migranten in Nederland én meer lef hebben om contact te zoeken, ondersteuning te bieden en zo harten en deuren openen.

Dit artikel verscheen op maandag 13 juni in het Nederlands Dagblad.