Opinie: ervaren hoe het is te overleven?

Voor het eerst werd ook Verre Naasten genoemd, met een special mention in de categorie ‘avontuurlijke reis’, bij de zogenaamde ‘Vlieg in het Oog Award’. We zijn er niet blij mee. De organisatie achter deze award (Expertise Centre Humanitarian Communication) richt zich op de communicatie van ontwikkelingsorganisaties. Hongerige kinderen en witte redders in campagnes voor een goedgevulde collectebus, dat kan echt niet meer.

Het is heel goed dat er aandacht is voor beeldvorming in de uitingen van ontwikkelingsorganisaties. Het is positief dat het gesprek hierover gevoerd wordt. De eerste schrik en irritatie van genoemd worden, gaat over. Het door- en overdenken van de eigen beeldvorming, ook samen met de initiatiefnemers van de award, krijgt een nieuwe impuls.

Binnen Verre Naasten praten we best veel over ‘beeldvorming’. We realiseren ons terdege dat we met al onze goede bedoelingen een beeld in stand kunnen houden dat niet goed is, dat uiteindelijk de ander naar beneden drukt in plaats van verheft. Overigens is het balanceren; inkomsten zijn nodig om onze partners in Congo, Myanmar, India of Brazilië te ondersteunen. En de gevers in Nederland zijn emotionele wezens, snel aan te spreken op gevoel en minder op de ratio.

Ik houd de medewerkers van Verre Naasten vaak voor dat we bij de uitgang van ons kantoor twee kokers hebben staan. Koker 1 staat voor ‘vitale partners’ en koker 2 voor ‘betrokkenheid’. Aan het eind van een werkdag, terugkijkend op je werkzaamheden, zou je op z’n minst een groen balletje in één van die twee kokers moeten kunnen deponeren. Want daar doe je het voor. Partners die versterkt worden om in eigen omgeving, in eigen taal en cultuur, in woorden en daden iets bekend te mogen maken over de bevrijdende Christus én bevorderen van betrokkenheid in Nederland: meeleven, meebidden en meefinancieren. En soms schuurt dat bevorderen van betrokkenheid met de wens tot vitale partners. Dan kiezen we helder… voor de partner! Zo is het voor fondsenwervers van Verre Naasten makkelijker om voor een waterput geld te werven, terwijl de partners mogelijk met een saaier project op de proppen komt, bijvoorbeeld een training in projectmanagement. We volgen dan de wens van de partner, al is die misschien moeilijker aan de man te brengen. Kortom: we laten de partners niet door onze hoepeltjes springen.

Geen held, ‘strijkstok’
Toen ik zelf in het buitenland werkte voor de Congolese kerken, was dat goed voor betrokkenheid van de achterban. Een gezicht. Een ‘held’ die veel opofferde. Iemand die op verlof mooie verhalen kon vertellen. Men gaf royaal en ik weet zeker dat ik in vele gebeden ben opgedragen. Nu ik in Nederland werk, onder meer voor diezelfde kerken in Congo, ben ik voor de achterban in Nederland geen  ‘held’ meer, maar ineens ‘strijkstok’. Maar voor onze partner is het qua eigenaarschap en zelfbewustzijn zoveel beter.

De beruchte vlieg in het oog van een mager kindje in een reclamespotje doet het mogelijk goed als je kijkt naar het genereren van inkomsten. Toch kiest Verre Naasten ervoor om zelfbewuste, krachtige broers en zussen uit bijvoorbeeld Afrika en Azië te portretteren. Mensen naar Gods evenbeeld. Broers en zussen die zelf door God worden ingeschakeld.

Gelukkig krijgen we steeds meer oog voor ‘wederkerigheid’. Vanuit Nederland mogen we support geven: gebed, bemoediging, inspiratie, advies, financiële middelen. Maar tegelijkertijd ontvangen we gebed, bemoediging, advies, inspiratie en advies ook retour. Zo mogen we aan elkaar verbonden zijn in wederzijdse afhankelijkheid. We hebben elkaar nodig. Het doet wat met ons als we weten ergens in een klein Indiaas kerkje op zondagochtend opgedragen te worden aan de Heer. Hoe zouden de adviezen aan onze kerken luiden, als we aan kerkleiders uit de verschillende continenten de mogelijkheid gaven ons te schrijven?

Promotiefilmpje
Als Verre Naasten kregen we een special mention voor de Vlieg in het Oog Award in relatie tot ons promotiefilmpje over Missie VONK. Missie VONK is een outdoor-event waarin we jongvolwassenen uit kerken willen bereiken met een uitdagende, sportieve nacht, met allerlei opdrachten en ondertussen ook aandacht voor het werk van kerkplanters en evangelisten. Daarbij laten de teams zich sponsoren voor het goede doel: het werk van evangelisten wereldwijd. Nu bevatte ons spotje de zin ‘ervaar hoe het is om te overleven’.

Natuurlijk, als je er nog eens naar kijkt een belachelijke zin. Hoe kunnen wij in Nederland tijdens een sportieve nacht ervaren hoe het is om te overleven? Daarmee bagatelliseer je de échte problemen om daadwerkelijk te overleven. Het verwordt tot een spel. Fout! Hadden we niet moeten doen, en terecht dat de jury getriggerd werd door deze zin.

Het sentiment, een soort buikgevoel om te helpen zit echter wel diep in ons. Helpen weerspiegelt iets van hulpeloosheid van de geredde en geeft de redder vaak een goed gevoel. De Afrikaan, de Aziaat, de Zuid-Amerikaan is echter niet hulpeloos! Hij of zij is een schepsel naar Gods evenbeeld. Iemand met een naam, een gezicht. Iemand met talenten. En in bepaalde situaties mogen wij die ander ondersteunen, in de wetenschap dat die ander in bepaalde situaties ook ons mag ondersteunen.

Het christelijk geloof predikt gelijkwaardigheid. Juist als volgeling van Jezus zou ik als witte West-Europeaan hier sensitiever voor moeten zijn. De eerste stap is om het gesprek aan te gaan, onderling binnen kerk, binnen de organisatie. Maar ook met onze broers en zussen van de wereldwijde kerk. Zij zullen ons er ook op wijzen dat je het niet kunt maken om te spreken over ‘arme sloebers uit Afrika die we moeten helpen’.

Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, vrijdag 2 juli